Natuurlijker bossen

Wie in de buurt van het Pluizenmeer wandelt zal het ongetwijfeld opvallen: veel bomen zijn gemarkeerd met een gele streep. De gele streep betekent dat de boom gekapt wordt. 

Toekomstbomen een kans geven

Elk jaar wordt een stuk van de gemeentebossen uitgedund, en dit jaar is de omgeving van het Pluizenmeer aan de beurt. Het uitdunnen is bedoeld om achterblijvende bomen meer ruimte te bieden. Bomen concurreren namelijk met elkaar om licht en ruimte. Door hier en daar een boom weg te halen kunnen de mooiste bomen - de toekomstbomen - doorgroeien. Bij toekomstbomen kunt u denken aan een oude den, een grillig gevormde boom, een loofboom in overwegend naaldbos, een dikke Douglas en ga zo maar door. Hierdoor krijgt het bos een natuurlijker karakter. 

Gevarieerder bos

De gemeentebossen zijn nog relatief jong, bijna de helft betreft aanplant van eind jaren ‘70. Op veel plaatsen is de rijenstructuur van de aanplant nog zichtbaar. Het uitdunnen doorbreekt die rijen en bevordert inheemse loofbomen, menging en kleine open plekken. Op de open plekken komt het licht tot op de bodem. Dat is gunstig voor natuurlijke verjonging van soorten als berk, lijsterbes, vuilboom, eik en beuk. Het bos wordt dus gevarieerder met een hogere biodiversiteit.

Verbinding voor diersoorten

Op de rand van de heide, dicht bij het langgerekte Wollegrasven, gaan we nog een stapje verder. Hier kappen we een smalle strook bos om een verbinding te maken tussen Wollegrasven en Pluizenmeer. Deze verbinding is van belang voor libellen, vlinders en hagedissen. De strook wordt zo gekozen dat de helling die hier ligt in het zonlicht komt. De kap is mede gebaseerd op een advies van de Natuurhistorische Vereniging Epe-Heerde en wordt pas na het broedseizoen uitgevoerd.